Schoolplein

  


Mijn eerste schoolplein was het pleintje van ‘De eerste schrede’. Mijn kleuterschool dus. Het was het voorportaal naar de school.  Het gebouw, van schoenendoos formaat, met één groot lokaal. De begrenzing met het laantje was in mijn beleving: een laag hekwerk. Het plein kende geen schaduw, geen speeltoestellen maar wel een zandbak. Daar was ik heel blij (‘hail wies’ in het Gronings) mee.

Het was voor de juf denk ik de grootste uitdaging om ons in het lokaal te houden of weer terug het lokaal in te krijgen. Het schooltje spelen verveelde namelijk al snel voor de meeste van ons. We waren immers gewend om buiten te zijn. Hup, naar buiten zei mijn moeder na het eten, na het koffiedrinken in de ochtend of theedrinken in de middag. Als dat al binnen gebeurde want meestal serveerde ze voor de kinderen Lenting het drinken als extraatje een plak koek of meelkoekje buiten. 

Het schooltje stond aan een zwarte sintellaan, aan de rechterkant als afsluiter van een rijtje huizen, net voor het spoor. Waar ten tijde van het Woldjerspoor de eenvoudige stopplaats ‘sGravenschans was. De naam van het laantje was dan ook ‘sGravenschanslaan. Het schoolplein ging op in de omgeving.

 

Aan de andere kant van de Hoofdweg, op steenworp afstand, schuin tegenover het laantje was de  lagere school. Achter het huis van de hoofdonderwijzer en naast het rechthoekige schoolgebouw was het grote schoolplein. De natuurlijke begrenzing van het plein waren een sloot en de tuinen van de huizen aan de Hoofdweg. In de hoek een grote kastanjeboom. De zorgde voor schaduw in de zomer en voor bladeren en kastanjes in de herfst. Natuurlijke spel elementen. Dit was voor schooltijd en tijdens de pauze een speelplein voor ons. Er waren ongeschreven regels. Wie kon waar spelen. Welke activiteiten in de mode waren in welke periode. Zo was het duidelijk dat als het knikkertijd was, wie waar kon spelen. Na schooltijd bleef niemand hangen want echt buiten spelen was veel leuker. In de omgeving van je huis of op plekken die daartoe uitnodigden. Afhankelijk van de seizoenen was dat op de boerderij, bij het spoor, of struinen door het veld. 

Voor mij betekende dat spelen rondom ons huis een bewegingservaring in de meest ruime zin van het woord. In de lagere schooltijd was ik veel op ons erf waar ik een grote zandbak had. Waar mijn vader een speeltoestel had gemaakt met ringen een schommel. Er lagen geen tegels overal was zand zodat je kon knikkeren, hinkelbanen maken, landje pik kon spelen. Of op de omliggende boerderijen verstoppertje. In het Lutje bos of bij het spoort hutten bouwen. Etenstijd was snel vergeten maar dan was er het fluitje van mijn vader of de lantaarnpalen die aangingen als teken naar huis te gaan. Het was ook vrije tijd in de meest ruime zin van het woord. Vrij zijn in wat je ging doen, vrij zijn beperkingen met regels of eisen. Niemand die je tegenhield of in de gaten hield. Geen horloge, geen mobiele telefoon nee niks. Spelen, spelen en nog eens spelen. Je had je autoped, je fiets of nam de benenwagen.  

 

DVHN 15/9/2026

<knip>

De vernieuwde pleinen moeten kinderen stimuleren om meer te bewegen, buiten te leren en elkaar te ontmoeten. Voor de uitvoering werkte de gemeente samen met Jantje Beton en IVN.

Dankzij subsidie uit die samenwerking konden de vier scholen hun schoolplein aanpassen.

Met de afsluiting bij De Wiekslag blikt de gemeente terug op de resultaten van het project en krijgen kinderen de gelegenheid om zelf te laten zien wat de vernieuwingen hebben opgeleverd….. <knip>

 

Schoolplein van de Wiekslag in het nieuws. Het plein waar ik veel gespeeld heb. In het speelkwartier. Het kwartiertje ingeluid door de bel in de gang. Een koperen huls waar je met een stok in moest rammelen. Ik zat meestal al in de startblokken. Snel naar buiten. Op dit plein stonden twee kastanje bomen. Op de kopse kanten. De begrenzing met de tuinen aan de Hoofdweg was een muurtje met daarop een hekwerk, dat liep door aan de achterkant en vormde de afscheiding met het grasveld (waar in de zomer kastie gespeeld werd). Voor het schoolgebouw stonden wat struiken in een perkje afgebakend met een lage trottoirband. Op de korte zijde  aan de Schoollaan kant een laag muurtje met een stalen buis. Dat fungeerde als steuntje bij het bok bokje kan nog meer bij. Het perkje met de struiken was in gebruik met knikkeren als je kuiltjes nodig had. Anders was muurtje aan de overkant in gebruik bij twee andere knikker varianten: dichterbij (zo dicht mogelijk je knikker bij het muurtje of een grote leggen) of een rijtje maken (op kleur op grote) of een rijtje kleiner maken (door de laatste weg te schieten).

Dat waren de activiteiten aan de zijkant. In het midden was het tikkertje in alle mogelijke variaties en overloopspelen. Vaak zat ik met een bezweette kop weer terug in het lokaal. Ik mocht namelijk vanaf het begin met oudere jongens mee doen. Dus extra mijn best doen. 

 

Geen spelleider, geen groepsgesprek, geen scheidsrechter. Altijd tijd te kort. Altijd in beweging. Op een rechthoekig  betegeld speelplein met twee kastanjebomen.  In onze tijd werd er ook gecollecteerd voor Jantje Beton. De uitleg was toen dat het was voor arme kinderen in de stad die geen ruimte hadden om te spelen. De slogan was: ieder kind moet elke dag buiten kunnen spelen”. Het was geen populaire collecte bij ons want wij speelden altijd, weer of geen weer, buiten, iedere dag weer. We vermaakten ons op het schoolplein maar het echte spelen was daar buiten om.

 

<knip>

De gemeente Midden-Groningen sluit donderdag 17 september het project Gezonde Schoolpleinen feestelijk af bij basisschool De Wiekslag in Schildwolde…<knip>

 

 

 

 

Knij kepot

Boksem op haalf zeuven

Op hozevuddels 

Speulkwetair

Veuls te kört.

Swait veur de kop

Comments

Popular Posts