Talen
Ik telde op de vingers van mijn rechterhand af.
Gronings, Nederlands, Duits, Engels en Portugees. Ik moet nogal triomfantelijk hebben gekeken
naar mijn nieuwe pupil, de zeventienjarige Miao een polsstoktopper in dop, want ze gaf een
theatraal applausje. Ik voegde er snel aan toe: “Maar …. geen Chinees of Spaans en dat zijn
wereldtalen!
Ik blijf, met een spiekpapiertje op zak, proberen om wat Chinese kreten te leren. Maar ik mis de
kapstokken. Het lijkt nergens op. Ik kan het niet koppelen aan iets. Er zit niks anders op om maar
gewoon weer te stampen en dan hopen dat het beklijft. Ik begin met tot tien tellen. Dat helpt ook
in het dagelijks leven. Want ik worstel ook nog steeds met de communicatielijnen. Ze lopen
anders of zijn verwarrend. In beide gevallen snap ik het (nog) niet.
Dat Gronings probeer ik op peil te houden door Radio Noord te luisten, het Nederlands door te
blijven lezen en luisteren, mijn Duits op te poetsen als ik met Uwe bel en mijn houtje touwtje
Portugees door Braziliaanse vrienden te volgen. Dat mijn directe collega’s echte Yank’s zijn helpt
niet echt voor mijn Engelse uitspraak maar vergroot wel weer de woordenschat. Door Miao en Lu
moet ik iedere dag aan de bak om begrijpbaar en correct Engels te spreken en dan via de vertaal
app weer wat Chinese klanken te horen en te leren. Tot nu toe zonder groot succes. De beide
dames moedigen me wel aan en prijzen me voor de uitspraak, maar even later ben ik het woord al
weer vergeten. Náán noteer ik op mijn spiekbriefje fonetisch voor moeilijk.
Ik las net in de column van Daniel Lohues dat het Nedersaksisch sinds 1996 onder het Europees
handvest van regionale of minderheidstalen is erkend. Daar zit het Drents, Twents, Achterhoeks
en ook het Gronings bij. Zo steek ik mijn handvol talen lekker in de zak. Want het is nog steeds
koud in Shanghai.



Comments