Flashbacks
Flashbacks.
De gemiddelde wereldburger eet bijna zes keer zoveel kip en twee keer zoveel varkensvlees als zestig jaar geleden. De vleesproductie is in die tijd verviervoudigd. Dat blijkt uit een rapport van voedsel- en landbouworganisatie FAO van de VN.
Ik moest gelijk denken aan Melle Fluks.
Daar moest ik dan kip halen. In opdracht van mijn moeder. Op de fiets naar de andere kant van Slochteren, en dan net over de grens met Froombosch. Waarom perse bij deze kippenboer? Geen idee. Weer zo’n connectie waar ik me (later) het hoofd over brak (en nog steeds het antwoord niet op heb). Soms kreeg ik dan als extraatje wat windeieren mee. Normaal haalde ik eieren op de Noorderweg bij Meijering. Eerst uit de keuken van de boerderij, die van de weg af stond en later bij het arbeidershuisje aan de weg langs het laantje richting de Groenedijk. Waar ze parallel aan dat laantje een kippenschuur hadden gebouwd.
Later dacht ik ook aan de slachtmaand. Als er een compleet varken klaar gemaakt werd voor consumptie en het grootste deel in de vriezer van mijn tante belande. Het andere deel moest of zo snel mogelijk worden opgepeuzeld of werd bewerkt. Dus waren er kaantjes, reuzel en hoofdkaas. Deze grijze massa werd zowel gebakken en dan bij het warm eten gedaan of als beleg bij de broodmaaltijd. Ik zag in een van de steden waarvan me de naam ontschoten is, iets soortgelijks op het de menukaart staan: alles van het varken maar ook konijnenschedels.
Op een ochtend rook ik opeens een bekende lucht. Ik keek direct naar de hoek van de straat in de hoop dat Ed ‘Schelvis’ met zijn bus er aan zou komen. Ik hoorde in mijn hoofd de toeter terwijl de reuk van gebakken vis mijn geheugen prikkelde. Ik liep op het terrein van de sportschool in Shanghai. Ver weg van Slochteren.
Als ik in de kantine langs het buffet schuifel weet de kok al wat ik wil. Hij wijst dan of een Chinese specialiteit aan of een lekkernij maar ook ‘beef’. Er is namelijk niet altijd vlees maar wel altijd vis, kip en ei. Vaak ook wel iets van tofu.
Ik laat zo veel mogelijk het gefrituurde deel en ook de vette hap aan me voorbij gaan. Mijn cholesterol niveau moet ik we degelijk in de gaten houden.
Gelukkig lust ik eigenlijk alles en dus heb ik genoeg te kiezen. In tegenstelling tot mijn collega Ron, hij wil alleen kippenpootjes of -vleugels en rundvlees. Als het niet naar zijn zin is gaat hij naar het winkelcentrum en eet in restaurant ‘Blue Frog’ (waar geen kikker op het menu staat) of gaat naar de MacDonalds voor een kale burger (want hij lust geen tomaat, augurk en ui).
Diana schrok toen ze op de eerste zondagochtend op de lokale markt levende grote blauwe kikkers zag. We vertelden het later met smaak aan Ron toen we met hem gingen eten in zijn favoriete restaurant.
Gerelateerd aan het vlees is ook de geur van hooi. Ik rook het verdroogde gras wat de tuinman op het centrum had achter gelaten op het gazon bij de vijver. Ik waande me in het weiland achter Swaartdam waar nu het water van het Roegwold kabbelt. Na het maaien, het gras verdelen, en later op rijen plaatsen, met de hooischudder weer losmaken, opnieuw de rijen keren en dan achter de pakjemachine keurig de balen op de wagen stapelen (tegelijk hoor ik dan een stem in mijn hoofd: niet hoger stapelen dan de draagas van de wagen) en dan naar de hooischuur transporteren en opnieuw opstapelen tot tussen de balken. Voor dat het gevoerd kon worden in de winter was de verse geur allang verdwenen maar een typisch schimmelige broeigeur was er voor in de plaats gekomen. Hoeveel balen hooi er door mijn handen zijn gegaan weet ik niet, maar ik voel het nog in mijn schouders.
.



Comments