Tijdsbeeld

 Tijdsbeeld


Ik kijk in de spiegel. Eventjes. Want als ik langer kijk zie ik iets anders. Het spiegelbeeld is ook een tijdsbeeld. De harde realiteit. Het hier en nu.

Het rare zit ‘m voor mij in het verschil in beleving. Zo kan ik mezelf zien en gelijkertijd terug zijn in 1976. Ik zie de wijkende haarlijn, dunne haardos, de lijntjes bij de ogen en de rimpels bij de hals.

Verder zijn er de littekens op het lijf. Een lichte plek op het dijbeen van een puntige afdruk bij de zandbak in de lagere schooltijd. Alleen de pokkenprik op de linker bovenarm is nog ouder. Dat zat er dus al voor ’76. Verder een snijwond veroorzaakt door een ski tijdens de CIOS-tijd. Dan de ribbel bij de heup van het ongeval in 1988. Natuurlijk de ‘verse’ littekens van mijn hartoperatie in 2023.

Dan de tatoeages: linker bil, rechter heup en binnenkant linker bovenarm. Verder veel minder spieren en wat ouderdomsvlekjes. Dat zijn vooral lijfelijke dingen. Wat er aan de binnenkant van de schedel verandert is blijft verborgen. Niks is wat het lijkt. Zo kan ik zo maar bepaalde dingen van vijftig jaar oproepen, voelen, ruiken en beleven. Niet dat ik dat nou perse wil maar er het gebeurd wel. Je hoort een nummer op de radio en je bent terug in de tijd. Je leest over zomer en je voelt de hitte. Het is heel selectief. Hoe graag ik sommige dingen zou willen herinneren, het lukt niet. Hoe graag ik sommige dingen ook zou willen vergeten, het lukt niet.

1976 was een jaar om snel te vergeten denk ik wel eens. Het kan niet want het was een kantelpunt. Het begon met ziekte van mijn moeder; lichte klachten, pijn, onderzoek in het begin van het jaar. Ze had wel vaker iets maar dit was anders. Het ging van kwaad tot erger vanaf ongeveer mijn verjaardag in April. Ik was net klaar met de schoolonderzoeken en het examen stond voor de deur. Tijdens de examens, in het nieuwe bijgebouw van de MAVO, zwoegden we onder het platte dak terwijl er bakken water op stonden om de hitte te bestrijden. De warmte bleef. Ik maakte overuren in de anjer kwekerij van Hoogkamp aan de lange wijk in Froombosch.

Geslaagd en dus kon ik doorleren in Stad. Als eerste in de lijn Lenting naar de HAVO. Er was dus een hittegolf van 17 dagen met 10 tropische dagen van 30+, en een historisch neerslagtekort. Dat we in die tijd examen deden en ik ook nog eens in broeikas werkte blijf ik me heugen. Ik ruik ook zweet in het lokaal, de geur van verdroogde anjers en zandverstuivingen.

Gedurende die tijd lag mijn moeder in bed. Alleen dat al was een verzoeking. Zweet, doorligplekken en de geur van een ziekte. Het besef van de ernst van deze situatie groeide evenredig met het gezwel in haar lijf. Eerst was het onzichtbaar of buiten ons zicht gehouden door haar sterke wil. Ik mocht pas weten van de ernst van de kwaal toen mijn examen achter de rug was. Er was een gezinsoverleg: mijn moeder, ik, Andre, Roelfien, onder leiding van Lukas Duijts. Het hoge woord: ik wordt niet meer beter, kwam hard binnen. We konden alleen maar lijdzaam toezien. 

 Er leek geen einde aan te komen. Niet aan de zomer, niet aan de hitte, niet aan groeiende pijnen. De ogen zakten weg in de kassen, het haar viel uit met bossen. Een uitgemergeld lijf waar de ooit grote borsten als lege vellen op de bolle buik lagen. Ik tilde haar makkelijk in mijn eentje. De tijd dat ze de armen om me heen sloeg om zich zelf beter te positioneren was allang weg. Ik sta aan haar bed en hou haar hand vast. Ze riep om mijn vader. Toch wordt ze rustig van mijn aanwezigheid.

Zondag 50 jaar en 438.288 uur geleden begonnen, als tweede zondag in September 1976. Het was zonnig maar met bewolking en gelukkig niet heel warm. In de kerk is het koel. De kinderen Lenting zitten zoals gewoonlijk in de bank voor de kerkenraad aan de kant van de groene preekstoel. Dominee Stiel roept in het slotgebed op om voor ons te bidden. Ik moet huilen. Huilen omdat ik de emotie voel om me heen. Huilen omdat ik in het stilte gebed vraag om het einde. Dat er een God is dat geloof ik wel. Dat Hij beslist over leven en dood geloof ik allang niet meer. Ik vloek niet met zijn naam maar vervloek wel het onrecht in mijn leven. Aan het eind van de middag ben ik wees. Geen ouders meer in leven.

Als ik in de spiegel kijk hoor ik Love Hurts van Nazareth in mijn hoofd. Ben ik terug in schuur van de boerderij van Nanning Bouwman, ruik ik parfum in de haren van Dea Stuut als ik met schuifel tussen de strobalen met mijn hand onder haar bloesje. Ik kijk nog een keer. Ben terug op Denemarken bij de familie Holthuis als er gebeld wordt dat mijn moeder overleden is. Dood. Eindelijk, denk ik en loop huilend naar buiten om de woorden niet hardop uit te spreken. Ik fiets zonder iets te zien terug langs het Slochterdiep. Langs de ijsbaan waar mijn beide ouders goede herinneringen hebben achter gelaten. Het komt niet bij me op bij Opa Lenting langs te gaan. Ik zie dat ik een beetje op hem lijk. Mijn spiegelbeeld zo ongeveer als toen hij 77 jarige leeftijd uitzag. Droevig.

Golden years, don’t let me hear you say life’s taking you nowhere angel….. (David Bowie 1976)

Hilda Landman 22-07-2028 - 12-09-1976.



Comments

Popular Posts