Treintje
Een mislukte missie.
Het leek me bij voorbaat kansloos deze ploegachtervolging op de Spelen in Milaan. Dat heeft niets te maken met mijn scepsis jegens Rintje Ritsma maar alles met trainen. Als je een ploeg opstelt moet je ook met ploegen trainen. Dan heb je het in Nederland natuurlijk zwaar want er zijn ook commerciële ploegen en we hebben het unieke OKT systeem. Dat is allemaal waar. Ware het
niet dat we lijden aan een bekend fenomeen: overmoed. We zijn immers hèt schaatsland bij
uitstek. Ik vergelijk het even met de atletiek en de estafettes. Landen met de snelste sprinters
dachten ook vaak zo. Wij zijn de beste, wij hebben de snelste atleten dus winnen we de estafette.
Nee, dus. Landen met minder potentieel investeerden in wisselwinst en maakten andere keuzes met als resultaat dat de erkende sprintnaties aan de bak moeten om goud te kunnen winnen.
Testen moet je om te kijken wie de beste voorwaarden hebben. Wissellende samenstellingen trainen onder diverse omstandigheden. Nieuwe technologie omarmen om resultaat te boeken.
Plus groepsgevoel creëren en samenwerken. Allemaal niet gedaan in de afgelopen vier jaar. Alleen maar gesteggel over programma’s en individueel belang. Plus dat je een Ritsma hebt.
Wat kun je leren van andere sporten? Kijk naar de ploegen tijdrit bij het wielrennen. Kijk naar de samenstelling van boten bij roeien. Kijk naar het volleybal of handbal bij de vrouwen. Kijk naar Sarina Wiegmans, praat met Diederik Siemons.
Nou ja zeg, zo moeilijk is het toch niet? Je moet dus bij de mannen 26 laag kunnen rijden over een bepaald aantal rondjes als kopman. Je moet dus in positie kunnen rijden. Je moet aerodynamisch top zijn. Je moet een team zijn (met het liefst ook nog 2 uitstekende teamspelers als reserve). Als
coach moet een uitstekende organisator en communicator zijn om te inspireren.
Het was dus in mijn ogen al mislukt om goud te winnen bij de vrouwen en zeker bij de mannen.
Ik moest trouwens direct denken aan mijn schaatservaringen met ‘het treintje rijden’.
De eerste was toen ik op ijsbaan Slochterbosch achter een groepje mannen aan probeerde te schaatsen. Op het rechte stuk lukte dat redelijk snel maar dan moest ik in de bocht afhaken. Het overstapje met snelheid maken ging lastig. De mannen reden op hoge noren en ik op houtjes. Dan raaktje je snel met het teenleertje het ijs. Plus dat ik niet genoeg kracht kon zetten (door een
verkeerde houding leerde ik veel later). Toch lukte het me redelijk snel bij te blijven als laatste van de trein door optimaal in het zog te blijven als klein mannetje.
Een tweede was toen ik met Arjan van der Veen een toertocht reed bij Visvliet. Ik had het zwaar en vocht tegen de hongerklop en de tegenwind. Dus zette Arjan me op kop en duwde hij me met een hand voort. Ik hoefde slechts m’n slag te maken en diep te blijven zitten.
De derde was Ronald Hovius. We reden de Noordwest Nederland toch van 215 kilometer. Het ijs was slecht, veel zand op het ijs. Ronald zat stuk en we moesten nog terug naar Jisp, onze startplaats. Duwen lukte niet want Ronald kon niet meer glijden. Dus handje op rijden. Ik maakte van mijn ene hand op de rug een trekhaak en hij haakte in. Ik ging korter en rechter rijden en hij kon in dat ritme mee.
De laatste ervaring was op de kunstijsbaan Kennemerland waar ik met Frans Jansen reed. Op gevoel rijden. De valbeweging het werk laten doen. Doortrappen in de bocht en weer glijden. Frans beheerste dat als geen ander. Samen kregen we al snel een grote sliert achter ons aan.
Treintje rijden is in het schaatsen geweldig.
De halve Groninger Marcel Bosker snapt dat niet en heeft zich wat mij betreft zelf voor de
toekomst uitgesloten en mag plaats nemen in de stoptrein


Comments