kip kap kogel
SOORT VAN SINT MAARTEN IN QATAR MAAR IK DACHT
kip kap kogelsuntermeerten vogelstaait op een stokjemit rood rokjehier woont rieke mandei mie wel wat gev'n kangeef mie 'n appel of een peerkom’k hier 't haile joar nait weer‘t heule joar dat duurt zo laangk
is mien keerske allaang verbraand
Op de 14e dag van de ramadan hier in Doha (2005 in Qatar) was er een soort 11 November.
DOHA: As Qatar is all set to celebrate Garangao, the festival of children, today, shopping outlets are vying to woo customers with Garangao kits, containing sweets and nuts as well as special cotton bags in new and attractive designs.
Garangao, celebrated on the 14th day of Ramadan, is special to the Gulf region and is believed to have its roots in the pearl-diving tradition of the region. Over the years, the festival has gained more popularity with several expatriates joining the celebrations.
This evening, children, clad in their traditional clothes, will come out of their homes and knock on every door in their neighborhood, which will be ready to receive them with sweets and nuts. They collect the goodies in the special cotton bags, hanging loosely from their necks. Kids will be seen wandering around the streets until late into the night singing the special Garangao song
Dat brengt me terug naar de opwinding die ieder jaar rond de 11e van de 11e speelde.
Niks met carnaval, daar kregen we in de Woldstreek niks van mee. De katholieken waren met een kaarsje te zoeken in Groningen. Alleen mevrouw Schrik keek naar de carnaval in Keulen. Waar ze keek naar voor mij onbegrijpelijke teksten van de Büttenreders. Later in het carnavals seizoen natuurlijk ook naar de optochten.
Nee, het ging mij natuurlijk om kip kap kogel. Het begon op school. Op de kleuterschool uitprikken van rood karton en dan er iets op plakken. Op de lagere school oplopende moeilijkheidsgraad bij handenarbeid: karton nu niet meer plaatjes opplakken aan de buitenkant maar gaatjes maken en dan gekleurd doorzichtig papier aan de binnenkant, een blik met gaatjes of een voederbiet uitsnijden. Zodat het lichtje eerst een kaarsje of waxinelichtjes maar later zag je steeds meer een (fiets)lampje op batterij de lampion verlichten. Voordeel boven de papieren lampions, die als een harmonica uit elkaar werden getrokken, was dat ze beter bestand waren tegen regen en wind.
Op school ook, op vrijdagmiddag: zingen. Dan werden dus ook kip kap kogel liedjes ingestudeerd. En in de tekenles verlegde de opdracht zich via: vakantie, naar oogsten, herfst naar Sint Maarten en daarna Sinterklaas en Kerst.
Tussen 1 en 30 november verandert de daglengte met bijna anderhalf uur. Dus de dagen werden rap korter en als het ook nog eens buiig werd was het helemaal niet echt licht in huis en moest de schemerlamp als snel bijschijnen. De avondschemering was het startsein voor een ritje naar de Schildwolderdijk om bij opa en oma Lenting, net na vieren, het eerste liedje te zingen. Dan snel een rondje rondom Hoofdweg 29 dan was het al wel half zes. Eerst was dat met papa en mama, daarna alleen met mijn moeder en Andre en pas daarna toen ik groter was alleen langs de deuren. Volgens mij heb ik tot en met de lagere school met een lampion gelopen.
Elf november is de dagDat mijn lichtje, dat mijn lichtjeElf november is de dagDat mijn lichtje branden mag
Het zingen of beter gezegd de keuze van het liedje was wel apart. Eerst was het om te laten zien dat je een liedje kende, toen was het meer laten zien dat je kon zingen. Later was het meer het juiste liedje op het juiste moment brengen om zo snel mogelijk je beloning te krijgen. “Hebb’n joe wel mit zongen kwaojonges? Of alles beetje ofraffelt?” De beloning was verschillend. Centen bij opa en oma’s en bij sommige goede kennissen. ‘Slik’ bij de meesten of soms boomfruit uit eigen tuin.
Hier woont rieke man
Dij mie wel wat geven kan
Geef mie ’n appel of een peer
Zugst mie t haile joar nait weer
Later waren er ook mandarijntjes en bij sommige winkels speciale cadeautjes. Zo was er de 1001 winkel waar er een keer een goudvis was te verdienen. Slimme handel van die Lucas Steenhuis natuurlijk want de volgende dag stond iedereen weer op de stoep nu om een vissenkom te kopen voor de gratis goudvis. Je hoopte sowieso bij de winkels op iets speciaals.
Nee slik was er pas bij ons in huis na 11 november. Als je kon je kiezen, van een dienblad, dan koos ik geld. Soms kreeg je dus een appel of een peer, nou vooruit, maae die belande direct onder in de tas. Soms was er geen keuze en zag je in het donker niet direct wat er in de tas werd gedaan. De tas die ik bij oma Landman al aardig vol had. Eenmaal weer thuis was mijn moeder onvermurwbaar. Alle onverpakte zuurtjes apart, het fruit apart, dan de rest. Fruit moest eerst op, dan de onverpakte zuurtjes (waar ik haar er dan verdacht dat ze nog weer de helft weg kieperde zonder dat wij het zagen.) Wat er over bleef, kwam in een blik (een grote gele bus met bloemetjes) en daar mocht ik dan iedere dag één (lees 1!) mee mocht na de lunch. Zo kon het gebeuren dat ik soms wel tot Pasen nog uit de bus van kip kap kogel kon snoepen.
Mien lutje lanteernIk zai die zo geernDoe daanst deur de stroatenDat kinst ja nait loatenVandoag mout ik lopenMien laidje verkopenMien lutje lanteernIk zai die zo geernMien lutje lanteernIk zai die zo geernDoe wiend, mos nait soezenKroep achter de hoezenVandoag most doe wiekenWied achter de diekenMien lutje lanteernIk zai die zo geern
kip kap kogel....
Kip kap kogelSunnermeertens vogelIk bin moekes lutje maaidDij mit kip kap kogel gaaitKip kap kogelSunnermeertens vogelIk bin pabbes grode vintGeef mie n appel of n sint.
Comments